Taal oefenen eindtoets basisonderwijs

Met deze oefentoets taal voor de citotoets als eindtoets basisonderwijs kun je een goed beeld krijgen van wat je kunt verwachten. Als uitslag krijg je te zien hoeveel vragen je goed had en per vraag wat het goede antwoord is. De test bestaat uit vijftien vragen die je binnen 25 minuten moet kunnen maken.

Instructie oefentoets taal

Onderstaande opgaven kunnen je helpen oefenen voor de eindtoets. Lees de vragen goed en klik het antwoord aan dat volgens jou het juiste is.

De opgaven 1 tot en met 4 bestaan uit vier zinnen. De vraag is steeds: In welke zin is het dik gedrukte woord fout gespeld?

1 .





2 .





3 .





4 .





5 . Kleding

Geef de juiste volgorde aan van minst geklede tot meest aangekleed mannetje. Het meeste linker mannetje is nummer 1 en het meest rechtse mannetje is nummer 6.







6 .

In deze opgave staat een husselverhaaltje. Daarin staan de zinnen in een verkeerde volgorde. Misschien staat er zelfs een zin in die er helemaal niet in hoort te staan. Zet de zinnen in de goede volgorde en beantwoord dan de vraag: wat is de eerste zin?

  1. Toen hij erachter kwam dat ze gestolen waren, bracht hij ze weer terug.
  2. De twee papegaaien werden vorige week ontvoerd.
  3. Het verliefde papegaaienpaar Cuba en Cees uit Groningen is weer terug.
  4. Het bootje was net te laat.
  5. Een koper betaalde er 1.100 euro voor.






7 .

In welk groepje hebben de woorden ongeveer dezelfde betekenis? Kies het groepje woorden waarvan de betekenis van de woorden het dichtst bij elkaar ligt.





8 .

Wat is het tegengestelde van het dik gedrukte woord? De koopman is achterbaks.





De opgave 9 t/m 11 horen bij een tekst waaruit stukjes zijn weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden, staat nu een streep met een nummer. Onder de tekst vind je hetzelfde nummer met vier stukjes tekst. Kies het stukje dat het beste past op de plaats van de streep. Lees eerst de tekst goed door! Maak daarna de opgaven. Lees steeds voordat je een antwoord kiest ook het stukje tekst na de streep.

Twee honden vechten om een been ...

Wist je dat honden zo vaak jaloers zijn, dat het bijna gewoon is? Ze kunnen vreselijk jaloers zijn op de aandacht van de baas. Maar als het om eten gaat loopt het helemaal de spuigaten uit. Dit alles heeft te maken met de plaats die ze normaal in de roedel (de groep) innemen.

In de roedel heeft geen hond dezelfde plek. In de roedel 9, en dan komt er steeds eentje lager in de rangorde te staan. Logisch dat elke hond zo hoog mogelijk in de rangorde wil staan. Want hoe hoger de plaats des te meer rechten heeft de hond. 10. Vandaar dat elke hond zal proberen het eten of een lekker bot van een andere hond af te pakken. Ook al heeft hij nog zo'n lekker dik vet bot. Zelfs als een andere hond een dun klein botje heeft, probeert hij dat toch af te pakken. Als het lukt, is hij de baas! Misschien had je het niet gedacht, maar een hond ziet de mens ook als hond. 11. Dus als je eet gaat je hond logisch bedelen. Als hij wat van jou krijgt, is HIJ de baas, want je geeft je eten af. Je hond bedelt niet alleen om het eten zelf, maar vooral om het leiderschap. Geef je hond tijdens het eten nooit iets van je bord. Zolang je dat niet doet, blijft hij je makkelijk accepteren als de baas!

9 .





10 .





11 .






Juf Maud van groep 8 zegt tegen haar leerlingen: 'Je weet vast wel iets te vertellen over je lievelingsdier.' Schrijf maar eens op wat je over jouw lievelingsdier weet. Yasmine schrijft het volgende stukje op. Ze moet het nog wel even nakijken en verbeteren.

  1. De gorilla is de grootste van alle mensapen.
  2. Volwassen gorillamannen kunnen meer dan 200
  3. kilo wegen. De gorillavrouwen wegen ongeveer de
  4. helft.
  5. Volwassen mannen krijgen een zilvergrijze rug. Als
  6. een groep gorilla's door het oerwoud trekken, heeft
  7. zo'n 'zilverrugman' altijd de leiding. Hij bewaart de
  8. rust in de groep. Die groep bestaat verder uit
  9. vrouwen en kinderen. Ook beschermt hij de groep
  10. tegen gevaar. Als het gedrag van een van de jonge
  11. mannetjes hem niet bevalt, kan de 'zilverrugman' heel
  12. grimmig gaan staren. Jonge mannetjes kijken wel uit
  13. om de leider uit te dagen.
  14. De gorilla's zoeken samen naar voedsel. Hun
  15. voedsel bestaat uit varens, knoppen en bladeren.
  16. Daarnaast eten ze ook vruchten.
  17. Gorilla's zijn zeer intelligente dieren. Ze gebruiken
  18. zelfs enkele gereedschappen: Stenen om noten mee
  19. te kraken of stokken om roofdieren te verjagen. In de
  20. dierentuin Apenheul zijn al meer dan 30 gorillababy's
  21. geboren. Veel van deze baby's zijn al volwassen. Ze
  22. wonen nu in andere dierentuinen.


12 .

Welke titel past het best bij dit stukje?





13 .

Lees: Als ............leiding (r.5 t/m 7)
Wat kan Yasmine het beste doen met het woord trekken?





14 .

Met welke zin had Yasmine een nieuwe alinea moeten beginnen?





15 .

Wat is een juiste opmerking over de leestekens in dit stukje?