1
2
3
4
5
6
7
1.
Als er iets ergs gebeurt, ben ik geneigd het op te blazen.
2.
Als ik denk aan mijn tekortkomingen, voel ik me daardoor afgezonderd van de rest van de wereld.
3.
Als ik me rot voel, besef ik dat dit mij verbindt met vele andere mensen die in hun leven hetzelfde meemaken als ik.
4.
Als de dingen slecht gaan, zie ik mijn problemen als een onvermijdelijk onderdeel van het leven waar iedereen doorheen moet.
1
2
3
4
5
6
7
5.
Ik ben tolerant tegenover mijn tekortkomingen.
6.
Als ik faal in iets wat belangrijk voor me is, kan het gevoel van mislukking mij volledig beheersen.
7.
Ik probeer begripvol en geduldig te zijn tegenover die aspecten van mijn persoonlijkheid die me niet bevallen.
8.
Als er iets pijnlijks gebeurt, probeer ik een gebalanceerde kijk op de situatie in te nemen.
1
2
3
4
5
6
7
9.
Als ik me rot voel, heb ik het idee dat de meeste andere mensen gelukkiger zijn dan ik.
10.
Als iets me van streek maakt, laat ik me door mijn gevoelens meeslepen.
11.
Als ik pijnlijke, nare dingen meemaak, ben ik vriendelijk en zacht voor mezelf.
12.
Ik probeer mijn mislukkingen te zien als een gewoon onderdeel van het menselijk bestaan.
1
2
3
4
5
6
7
13.
Als ik een moeilijke tijd meemaak, geef ik mezelf de zorg die ik nodig heb.
14.
Als ik ergens door van streek ben, probeer ik mijn gevoelens in balans te houden.
15.
Als ik ergens mee aan het worstelen ben, heb ik het gevoel dat andere mensen het makkelijker hebben.
16.
Ik ben negatief over mezelf als ik kanten van mezelf zie die me niet bevallen.
1
2
3
4
5
6
7
17.
Als ik faal in iets wat belangrijk voor me is, ben ik geneigd me alleen te voelen in mijn mislukking.
18.
Als ik me rot voel, ben ik geneigd me te fixeren op alles wat er mis is.
19.
Als ik mezelf op één of andere manier tekort voel schieten, herinner ik mezelf er aan dat de meeste mensen dit weleens hebben.
20.
Als ik moeilijke tijden meemaak, ben ik hard voor mezelf.
1
2
3
4
5
6
7
21.
Ik ben afkeurend en oordelend tegenover mijn eigen tekortkomingen.
22.
Als ik me rot voel, probeer ik mijn gevoelens met openheid en nieuwsgierigheid te benaderen.
23.
Ik ben intolerant en ongeduldig tegenover die kanten van mezelf die me niet bevallen.
24.
Als ik faal in iets wat belangrijk voor me is, probeer ik het in perspectief te plaatsen.
1
2
3
4
5
6
7